Minivakantie

Mijn eigen schuld was het dat de kat weer ziek was geworden, ik had de extreem dure dieetvoeding die je alleen bij de dierenarts kon kopen gemixt met heel luxe dure supermarktvoeding die hetzelfde zou moeten doen. Nee, in de pokkehitte kreeg hij weer flink bloedende blaasontsteking en na een week daarin binnen zitten, hem verplegen, die vreselijk onwillig is, maar beter geworden, was ik toe aan de dag aan zee met de Britse vriendin die nu in Nederland is.

Ze logeerden op een boerderij, een echte, niet ‘een boerderij’, er was een grote stal met volwassen koeien en een kleinere (still huge), waar kinderen rondreden op skelters tussen het hooi en de cabines aan de rand de kalfjes en pinken verdeelden tussen koetjes en stiertjes. Ik kreeg van Claire een rondleiding, ze legde me alles rustig uit. Ik vroeg haar of ze de melk had geproefd en ze zei ja, ik zei ‘zoet is dat hè’, ook al is de laatste keer dat ik verse nog warme koemelk dronk meer dan twintig jaar geleden. Ik zag een schoteltje staan met de vette bijna boterkleurige melk erop en vroeg ‘Is er ook een kat?’ Ze keek naar het schaaltje en zei blij verwonderd: ‘Oh, misschien wel.’ Ze hield meer van katten dan van honden, want dogs are annoying and they bark very loud. Ik vind het altijd leuk aan kinderen zwart/wit vragen te stellen en hun redenen ervoor te horen. Claire is nu zes.

Emily is negen en die wilde me best een knuffel geven, ook al had ik haar alweer twee jaar niet gezien. Ik zei dat het niet hoefde als ze niet wilde, maar ze wilde wel en sprong van het bovenste stapelbed op de grond. ‘Is she the one that likes books?’ had ze mijn vriendin gevraagd. Ze vertelde me aan het eind van de dag, wandelend naar de speeltuin met patatbar, over het boek dat zij zelf aan het schrijven is. Het had een heel moeilijke abstracte titel en was een ingewikkelde raamvertelling, waarin het woord ‘universe’ vaak voorkwam. Verder: fietsen is leuker dan zwemmen, want je kan sneller, dansen is makkelijker dan vioolspelen, maar vioolspelen is dan weer spannender om te doen, vooral bij een uitvoering.

En de eerste keer Annie zien, nu een jaar oud en sinds twee weken lopend. Ze doet die kleine en toch superlompe stapjes van een terrorpeuter, dronkemanslopend gaat ze de wereld in. Van de oprijlaan plukte ik wat grind om in de schaal op mijn tuintafel te leggen waar de bijen uit kunnen drinken.

Toen ik net was aangekomen en bij Bob in de auto gestapt (weer eerst de deur aan de verkeerde kant van de auto opengetrokken), was het meteen als vanouds.
Op het strand bedachten Helen en ik dat we elkaar nu al bijna vijftien jaar kennen; Florence was 2006 dacht ik, nee zei ze, het was 2005.
We hadden het over hitte en regen en ik zei dat ik regen in Florence altijd zo miste, ze zei: ‘Well don’t you remember the hail and rain we had a few times!’
‘I remember’, zei ik lachend op het kleine zandstrandje, ‘very dramatic.’
Ik heb daarover geschreven en vond het fijn dat Helen zich ook dat moment zo goed herinnert. Een hagelbui destijds heeft onze prille vriendschap zo ongeveer bezegeld.
Bob en ik vergisten ons meerdere malen in het doolhof vanaf station Lelystad naar Schellinkhout, hij omdat hij zoveel praatte en ik omdat ik steeds verbijsterd in de lach schoot van de uitspraak van zijn Britse Tom-Tom. ‘Dijk’ sprak ze uit als di-djek ongeveer,  het leek wel Pools of zoiets, ze probeerde de i en j apart te houden. Visarenddreef werd iets heel vreemds. Een weg was een wegue en een plein een plajine. En zo reden we steeds verkeerd. Aangekomen rook ik meteen de stal, de koeien, een geur die ontzettend kalmerend is, warm en zoet. Ik hou erg van koeien. Ook vergeet ik elke keer weer hoe groot ze eigenlijk zijn. In deze stal waren alle koeien zwart/wit.

In hun hutje kreeg ik rooibosthee. ‘Ik dacht altijd dat jij daar niet van hield?’ vroeg ik Helen.
‘Oh? Nee, ik houd juist heel erg van rooibos.’
Helen denkt dat het iets typisch Nederlands is, alsof een woord uit Zuid-Afrika genoeg is voor iets om in Nederland te horen.

Het Markermeer was erg ondiep. Een paar keer gingen we zwemmen. Ik had gezegd dat ik graag wilde zwemmen in zee.
Er was een herdershond die Diesel heette en steeds op me af kwam. Hij kon waar ik nog op de zee/meerbodem kon zitten nog makkelijk staan en kwam onbeleefd dichtbij, zijn neus in mijn gezicht, alsof ‘ie een wedstrijdje staren wilde doen, maar met een vriendelijke bek. Onder water trok hij zijn poot op en legde die steeds op mijn dij. De hond volgde me de hele dag. Af en toe gaf ie me een douche, als hij net uit het water het zand op klom en naar me toe rende. Ik was blij te ontdekken dat herdershonden ook zwemmen. Ik had altijd een herder, border collie of newfoundlander gewild, en newfoundlander stond dan toch op 1, omdat ‘ie zo graag zwemt (en kinderen gaat redden uit zee). Nu staat herder op 1.

Bob had nog nooit een frikandel speciaal gehad, waar ik van schrok, en me verantwoordelijk voor voelde. Daar hebben we ook maar meteen wat aan gedaan. Hij vond hem very good.

Helen had me een non-plastic verzorgingspakket uit Devon gegeven met een zeepblok dat shampoo is (lavendel en geraniumgeur), honing, jam, thee, en appelchutney. Alles in glas of karton en zonder palmolie. Natuurlijk is er dan nog steeds genoeg mis met honing, koeienstallen of uiteraard frikandel. We hadden het daar ook even over, maar alles tegelijk goed doen lukt niet.
Er was een koe die haar kalf was verloren een paar nachten ervoor. Helen vertelde dat ze haar klagelijk loeien konden horen ‘s nachts. De koe lag in het hooi met haar rug naar ons toe en at niet veel. Ze leek erg verdrietig. Ik zei dat ik dat erg vond. Meteen erachteraan, hardop denkend, ook dat eigenlijk natuurlijk alle koeien in een stal hun kinderen kwijtraken. Zij zei dat ze inderdaad herinnert dat vroeger, in Wales waar ze opgroeide, een moment kwam in de lente dat ze nachtenlang koeien hartverscheurend hoorde loeien, niet bang maar verdrietig; later begreep ze dat het het moment was dat ze van hun kalveren werden gescheiden. Ze was een tijdje vegan geweest, nu is dat veel makkelijker zei ze. Ik zei van ja, en ook dat ik het soms niet weet, je kunt niet de hele wereld redden, ik vind het zo’n stap. Maar ik heb wel besloten mijn zeep, shampoo en wasmiddel non-plastic en non-palmolie te maken, dus haar timing is perfect.

Toen ik uitgeput thuiskwam lag Pim op apegapen, het was veel warmer geworden in Groningen dan het weerbericht had voorspeld. Hij had al zijn brokjes allang op. Ik aaide hem, liet hem buiten, ging douchen en haalde met het shampooblok alle zonnebrand uit mijn haar. Daarna haalde ik hem weer binnen.

Nu drink ik de thee met melk en wachten we op de regen. En gaat het leven weer verder, normaal; geen ziek, geen kokende hitte meer. De basilicum leek vanmorgen totaal verschroeid maar bloeit nu, na een douche en bad, weer op.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s