Anti-stress

Ach, het is wat het is, het wiel draait, dat soort dingen, zei ik ook aan de telefoon tegen mijn vader, over twee dingen die balen waren maar geen ramp en hij vertelde over hoe hij steeds wel en niet tegen zijn grote vijfenzestigste opzag (dood kind/groot feest), en we hingen op en gingen weer verder op wordfeud.

In het zwembad waren de anderen er nu, want het bleek vijfentwintig graden te zijn, zoals mensen die ineens op de tribune zaten en dus een publiek vormden, waar ik gelukkig pas halverwege mijn drie kwartier durende training achterkwam en daarna mentaal meteen succesvol verder overheen zwom, geen tijd daar over na te gaan denken.
Een man hing steeds aan het trapje, de enige plek waar je je voeten even kan steunen aan de kant bij baan zes, hij leek ietwat verloren op de baan die altijd voor de snelle zwemmers is, maar bleef er zwemmen, en nadat ik hem per ongeluk had getrapt met schoolslag raakten we aan de praat. Ik legde uit dat zonder duikbril eigenlijk juist moeilijker is, hij begon zenuwachtig te praten en lachen over dat hij niet zo snel was en maar wat deed.

‘Wat is dát?’ zei de blonde wat oudere dierenarts die ik het buisje overhandigde, ze keek naar de drie siliconenkorreltjes die ik per ongeluk ook met het pipetje opgezogen had.
‘Ja, dat zijn van die’ – begon ik, maar ze snapte het al en zei ‘Ooooh!’
‘Ja.’ Zei ik.
‘Nou, deze heeft wel blaasontsteking hè’, zei ze.
‘Ja’, zei ik. Het was een halve centimeter aan bloederige urine. Als ik naast mijn kat ga zitten om het in de gaten te houden kan ik het per druppel horen vallen, heb ik nu opgemerkt. Toen hij in het voorjaar zo heel erg ziek was, ging dat toch niet zo? Dacht ik, daarna meteen: oooh. Ja. Ik snap het, toen hoorde ik dat natuurlijk helemaal niet, met al dat lawaai om me heen.

In de kleedkamer zei een enorme vrouw die helemaal bloot was en rustig haar handdoek over haar schouders had gedrapeerd en haar vingers invette dat zij dus helemáál niet van frisdrank hield, maar zij had ontdekt: je zet thee, gewoon goede verse pepermuntthee, en dan doe je er wat honing in, en dat laat je gewoon afkoelen, en dan wat suiker erdoor, en dan in de koelkast zetten even – nou! Dat was dus helemaal geweldig met dit weer. Ik bedankte haar voor de tip, ik zei dat ik ook sinas en cola haat en fijne dag en ging toen zwemmen.
Ik was mijn onderbroek vergeten in de stress, ik zwom toch niet echt lekker. Ook al is Pim gewoon thuis en gaat hij nu niet dood, het zwom toch wel iets haastiger, alles moest even snel, even tussendoor is het nu, tot ik weer thuis ben, tot het weer morgen of overmorgen is en hij weer beter is.
Ik dacht later vandaag bij het afwassen, dat hou ik niet vol, pas verdergaan met leven tot alles weer goed is. Probeer het al te lang en werkt niet. En ik merkte ook, eigenlijk: ik ben zelf nu helemaal niet heel erg gestrest. Al weken niet. En zelfs nu niet zo heel erg, nu de kat weer ziek is.

Dus zonder onderbroek gefietst, niemand die dat merkt. Weer terug bij de dierenarts moest ik toch nog lang wachten en bekeek ik een boekje met foto’s van bodegakatten in Hong Kong, een kookboekje waarin steeds een mensenrecept en het bijbehorende recept voor je kat stond (met een disclaimer dat deze recepten niet bedoeld waren als dagelijks, maar af en toe als aanvulling) en een fotoboek van katten die schudden met hun kop (veel rondvliegend kwijl).
Een vrouw zat naast me, voorover gebogen zachtjes tegen haar lapjespoes te praten, die in de antistresskast stond geschoven en een vreemde tic had: knikkebollen.
‘Ze is heel gestrest’, zei de vrouw. De poes zat erbij als Boeddha, met de ogen stijf dicht.
De vrouw wrong haar vingers en tikte op haar stoelleuning.
‘Zo zat ik er in het voorjaar ook bij’, dacht ik, en ik voelde een glimlach waar ik me schuldig over voelde en toen weer niet: nu is het toch ook fijn dat er eens een keer iets veel minder ergs is? Dat dacht ik en alvast aan hoe er ooit wel weer een kitten kon komen als Pim dan ooit dood zou gaan, of een hond of misschien zelfs een mens, in elk geval: het is een goed idee er eens aan te denken dat er ook goede dingen komen bij dokters, zoals nieuw leven en toen hoorde ik acuut gepiep en liep een mevrouw langs met een pup van twaalf weken oud, die haar staartje nog lang niet onder controle had en ook wat struikelde over haar voeten en heel lief zachtjes jankte omdat ze zo graag de deur uit wilde.

Het kan aan van alles liggen, of eigenlijk twee dingen, zei de dierenarts, aan het voer of gewoon aan stress. Waarschijnlijk is het het voer, daar zat ik mee te rommelen.
‘Ja maar stress voor een kat kan al zoiets zijn dat er twee huizen verder een nieuwe kat is komen wonen’, zei de dierenarts.
Ik dacht later aan mijn dromen over een huis met een achtertuin, maar in achtertuinen komen ook gewoon andere katten. Stress is niet uit te bannen, dacht ik afdrogend, het leven vindt je toch altijd wel weer terug, mijn vader heeft gelijk, je moet toch een manier vinden om overal maar mee om te gaan.

In elk geval ligt ie nu naast me te maffen en plast hij alweer en hoop ik, begrijp ik voor het eerst, niet dat hij niet doodgaat, maar dat hij nooit meer heel lang pijn zal hebben.

Pim houdt erg van een zandbad om in te relaxen. Ik van een koud zwembad, liefst vrij leeg, dat is het beste wat er is. De assistent van de dierenarts moet ook een ontspannings-methode gaan vinden, dunkt mij, die vroeg steeds alles aan collega’s en was bang en twijfelde en toen ik nog zo bang was zelf gisteren vond ik hem aan de telefoon prettig empathisch, maar nu alles prima in orde was (in elk geval geen ramp) was de assistent ineens een vervelende zenuwpees van een vent.

Kijk nu Atypical en herken me enorm in die symptomen van die jongen maar ook in zijn zus en hoe dat met mijn broer ging vroeger. Ach ja, ik herken me sowieso altijd in alles wat ik kijk (maar daar zal Netflix ook wel op gebouwd zijn inmiddels). Nu ik weer gedwongen binnenshuis verpleegster ben deze week dus dat maar afkijken en Mizee uitlezen en het boek voor de leesclub, dat over het bedwingen van de Mount Everest gaat, misschien is dat lekker koel. Overigens herken ik me ook enorm in Mizee. Ik denk dat de Mount Everest-beklimmer misschien dan wel een brug te ver zal zijn, dus dat is dan wel weer interessant, me ergens helemaal niet in herkennen.

Hoor nu de onderbuurman weer met zijn gitaar steeds hetzelfde deuntje pingelen en kan dat prima hebben. Wat is er aan de hand? Ik ben rustig. Zwemmen doet me goed, wat een uitvinding dat zomerabonnement en lang leve de bijstandskorting, hiep hiep, hoera.

Geloof dat ik Mizee nadoe door over mezelf te schrijven en helemaal geen impressie. Laatst zei een tweet van Paris Review dat als je mensen imiteert, you’re not ready as a writer, nou, dat is weer mooi balen dan. Ik zal overigens wel de enige zijn die Mizee vind zeuren over haar geld, wat nou nijpend, 565 gulden per maand over na vaste lasten is fokking veel, bitch. Met je dagelijkse koffie in je stamcafé. (Verder is ze heel leuk.)

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s