Kippenvel, kokend

En alweer een maand later, Doorwarmer Twee gaat dan over de douche in het zwembad. Daar hang ik rond, was ik vanmorgen, terwijl het net als maandagochtend te koud was om  buiten te zwemmen, eigenlijk. Je lichaam heeft dan een probleem: het zwemmen verandert, in plaats van de koude natte bel om je heen die je energie reguleert en je afgekoeld houdt, moet je nu jezelf ook nog opwarmen, terwijl je tegelijk je energie al kwijt bent aan het voort blijven bewegen. Ik merk dat ik dan anders zwem, hijgerig, kwijlend, krijg slokken water binnen en dan komt de eerste slag die niet over mij heen in het water wordt gestoken maar die stokt, en mij bijna staakt, ik houd mezelf tegen en nog meer tegen en prompt zwem ik tegen iemand op. Kortom, die kou is niet altijd handig maar dat lijkt het personeel dan wel te weten en te compenseren met de douches, die ze op deze dagen zetten op stand kook.

En dan moet ik dus weer toegeven: er is weinig prettiger dan met kippenvel je training vervolmaken, jezelf met bibberige laatste krachten via het trapje uit het bad te hijsen, in je slippers stappen (twee keer mis), je tas oppakken, handdoek, trui (nu veel meer bij je, veel meer lagen aan), hand op de stenen bank omdat je bijna omvalt – niet helemaal stabiel, te weinig gegeten? of gewoon kou? – langs bad lopen, knikje naar de badmeester die je goddank niet herkent (vorig jaar die blauwe maandagzomer dat ik zelf de baden schoonmaakte en geen puf overhad voor het zwemmen erin, vreselijk), naar kleedkamer te lopen, EN DAN:  de douches.

In het buitenbad zijn twee aparte compounds voor de mannen en de vrouwen en de douches zitten daarin, dus je kunt je er zelfs al uitkleden, wat sommige vrouwen maar niet zo heel veel doen, in elk geval hangt er een soort privésfeer, van alleen vrouwen onderling en lijkt iedereen elkaar te kennen.
Een meisje stond tegenover me in een bikini, ze hield me scherp in de gaten en zag dat ik met een kop en handen vol schuim de sensor van de douche niet aankreeg. Ze stapte kordaat naar voren, mijn ruimte in en tikte op het zwarte, niet het zilverkleurige gedeelte en na een schokje ging de douche aan. (Waarom vond ik dit zo leuk? Net weer Stranger Things gezien dus ze leek op Eleven, maar was jonger. Omdat ze daar tussen al die vrouwen stond als een jong tussen leeuwinnen, zoiets is het. In onze ruimte, zo’n gup die daar meteen al haar vrijheid en kracht in vindt. Zo’n kind dat zich gesterkt voelt, vrij voelt, brutaal wordt, maar helpend is, zoiets is het. Een vreemde vrouw iets uitleggen, kordaat handelen, de vreemde vrouw is immers onderdeel van haar eigen stam, van ons allen hier in dit kleedgebouwtje.)
De kleedkamer is ook gemoedelijk: iedereen zegt vriendelijk goeiemorgen die binnenstapt, fijne dag of dag of tot ziens als ze weggaat, alsof we collega’s zijn. En de rust en de vrijheid – handdoeken ophangen, in je nakie staan, rustig eerst het ene, dan het andere been insmeren met bodylotion, maar wel hoe een Nederlandse vrouw dat doet: snel, effectief, klap klap klap, geluid op de nu gladde huid. Het voor jezelf zorgen, op je gemak. We zijn allemaal gewoon een lichaam, nu een schoon lichaam. Net klaar.
‘Je ziet er koud uit’, zegt de heel kleine vrouw als ik de grote kleedkamer in stap en m’n badpak afstroop. Ik heb het juist nu heel erg warm, dat zeg ik haar, ik zeg: ‘Het is nu best wel koud.’
‘Ja? Het water?’ vraagt ze, ze droogt haar haren af en staat in haar blootje met alleen slippers aan voorover gebogen. Ik praat tegen haar rug. Maar ze is nat en ook al klaar, dus het is niet een vraag naar informatie. Ik wacht dus ietwat verbluft en ze vervolgt inderdaad zelf, zegt: ‘Ja, ik vind dat dus niet. Ik heb dat nooit.’
Maandag was er een andere vrouw die uitgebreid ging lachen toen ik mijn panty niet aankreeg.
‘Je hebt ook echt een heel ritueel’, zei Willeke, ook lachend. Willeke is nu op vakantie.
‘Ik moet wel even wat eten ja’, zei ik in de spiegel tegen haar.
‘En crème, en haren kammen’, zegt Willeke, alsof ik uitgebreid mijn toilet maak.

Misschien maak ik ook wel uitgebreid mijn toilet. Ik houd van rituelen en steeds terugkomen deze zomer, in die rustig duistere kleedkamer met die douches tussen stevige, veelal bejaarde vrouwenlijven staan, hen horen praten over kleinkinderen terwijl ik mijn haren inmasseer en shampoo ruik.
Of, het bad: op mijn rug zwemmen en populieren en wolken zien. Of, af en toe, als de dag zo is dat de zon schijnt: kunnen drogen op het bankje, even wachten. Alle weersomstandigheden hebben zijn eigen ritueelvoordeel, dat zeker. Drie weken geleden vergat ik mijn handdoek en was dat niet eens een probleem, ik kon gewoon zitten drogen en daarna naar een sollicitatiegesprek.

Maar het liefste heb ik toch de zomer in een beetje kou. De damp van de douches na het klotsend kouder wordend zwemmen in een bijna leeg bad; kippenvel dat acuut verandert in straktrekkend, kokend lijf – zo, klaar. (Rest van de dag koude vingers.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s