Het beschrijven van een ex

Van de mensen die in het boek dat ik schrijf voorkomen, is mijn ex de enige die niet meer in mijn leven is, maar nog wel leeft. Ik beschrijf mijzelf, een goede vriendin en haar gezin, mijn ouders, mijn overleden broer, en die ex. Iedereen die in leven, en in míjn leven is, weet dit. Ze doen er laconiek over. Ik heb er zelf heel moeilijk over gedaan, zoals ik in het begin ook deed over de stukken op mijn blog – verontschuldigend tot op het martelaarschap af (zo hypocriet als de tering, manipulatief zelfs): ‘Wat vind je daar dan van? Wil je alles eerst lezen? Je krijgt veto hoor, natuurlijk krijg je veto.’
‘Ja ja, toe maar. Whatever.’ Zegt m’n moeder. Ze leest m’n tweets, maar reageert nooit op m’n blog. Misschien vindt ze dat saai. Eerder heb ik het gevoel: ze let niet goed op. Een stuk dat ik vorig jaar schreef ging over van alles, maar ook haar en haar moeder, ging over een niet al te makkelijke jeugd hebben gehad en daar kwam ineens een like. Ik vond dat vreemd: bedoelde ze me te waarschuwen, te laten weten dat ze het heus wel gelezen had? En daar moesten we het nog wel even over hebben? Ze kwam er niet al te best vanaf. Ik nam me voor het haar bij onze volgende ontmoeting rechtstreeks te vragen en deed dat. Ze lachte alleen, ook toen ik aandrong, doorvroeg over of ze het niet vervelend of pijnlijk had gevonden – en dat ik dan het blogstuk gewoon weghaal – en ik meen dat ook, dat interesseert me weinig. Of nou ja, minder dan haar rechten op haar eigen levensfeiten. Of zoiets. Ze zei dat ze het gewoon leuk vond om over haarzelf of oma te lezen. Nee hoor! Gewoon een leuk stuk.

Nu ook ben ik aan het overcompenseren. Het boek is een concept, het gaat over hoe een reis verandert naarmate het gezelschap waarin je verkeert in een andere verhouding tot jou staat – hoe anders is een reis naar Parijs met je moeder dan met je geliefde? En het gaat nog over een hoop andere dingen. Maar dus koos ik daarvoor ook een voorbeeld van een vakantie met een geliefde, en aangezien ik die nu niet heb, wordt dat vanzelfsprekend een ex. Ik heb mijn favoriete ex gekozen. Hij is goed voor me geweest en ik voor hem, ik heb het gevoel dat het voor ons beiden mooi is dat we een periode van onze levens met elkaar hebben gedeeld. Maar zeker weten doe ik dat natuurlijk niet, zo werd mij gisteren ineens op het hart gedrukt.

Ik had ten eerste besloten, omdat mijn ex hierin zo hulpeloos is, om hem voornamelijk positief neer te zetten. Kleine, gemene irritaties werden het snelst geschrapt, om te voorkomen dat het leek of ik een afrekening schreef. Na een tijd kwam ik erachter dat dit overcompenserend werkte, zelfs tot op het punt dat het leek alsof ik hem wanhopig terug wilde. Of dat het leek alsof ik hem wilde beschermen, wat eigenlijk erg arrogant overkomt – ‘Ach, die arme *piep*, het moet zo érg zijn nu te leven zonder mij!’ Het verhaal werd er ook niet beter van – de andere reisverslagen zijn zo echt mogelijke weergaven van het (mijn) bestaan (non-fictie, ja, noem het maar zo), dan ineens zo’n kodachrome seventies acht millimeter filmpje tussendoor, druipend van de nostalgie – nee, dat ging niet. Dus besloot ik eerlijker te schrijven over hem, en dan ook tegelijk over mijzelf. De oplossing die ik nu ook gevonden heb is een soort directors commentary. Ik beschrijf de scène, die ik in mijn hoofd afspeel: ik kijk naar wat ik in mijn geheugen zie, mezelf stuntelen bijvoorbeeld met het eten, of hoe hij makkelijk en in zijn eentje de tent opzet, en ik lever commentaar; ‘Ik had toen niet in de gaten dat ik hem zo aan zijn lot overliet.’ Of iets dergelijks. In deze oplossing zit ik voorlopig.

Gisteren zat ik bij vrienden thuis, in hun woonkamer mocht ik werken waar zij overdag niet zijn, om de invasie en het kabaal van een maanden durende verbouwing in en om mijn huis te ontvluchten. In de ochtend zat ik er te ontspannen vooral, gebruik te maken van het fijne koffiezetapparaat en de kat op schoot te nemen. Te luisteren naar niets en het licht buiten te zien.
Na de lunch kwam de vriend thuis, hij is net zo goed een vriend van me als zijn vriendin, ik kende hen beiden al voor ze iets met elkaar kregen. We lunchen samen en dan mag ik nog even blijven en gaan we samen aan het werk. Hij maakt een nieuwe geschiedenisles-powerpoint voor Havo vijf en ik ga verder met het redigeren van de campingvakantie van mij en mijn ex. Hij is ook een fervent lezer en vraagt nieuwsgierig hoe het gaat met mijn boek.

Dan blijkt dat hij in de omgekeerde situatie zit: zijn ex, een tragedie over wie hij eerder al vertelde, heeft een boek geschreven. Twee, inmiddels. Maar in de eerste komt hij misschien voor. Hij zegt: ‘Ik zit erover na te denken om het misschien de volgende keer voor te leggen bij de leesclub, want dan durf ik het misschien te lezen, als het samen met vrienden is.’
‘Zie je er zo tegen op?’ vraag ik geschrokken.
Hij is er nogal bang voor, ja. Hij heeft heel lang last gehad van hun breuk, gleed bijkans in een depressie, en heeft over de periode die zij in het buitenland was tijdens hun relatie en beschrijft in haar boek, nooit veel met haar gesproken. Er is dus heel veel dat zij meemaakte en hij niet weet. Toen ze terugkwam maakte ze het plotseling uit, hem verwijtend dat hij er niet voor haar was. Ik vraag wie het is en hij noemt een naam en een titel die ik al ken, dat is gek. Ik kijk nu heel anders naar dat boek. Ik heb het nog niet gelezen.

Ik stel hem alle vragen die ik mijn eigen ex zou willen stellen. Hij gedraagt zich een beetje gewond, vind mijn vragenvuur invasief, zijn schouders zakken naar voren en zijn ogen draaien weg als ik hem probeer aan te kijken.
‘Wat is je grootste angst?’ vraag ik gretig. ‘Wat is het ergste wat ze kan doen in dat boek?’
Hij staat op, loopt de anderhalve stap naar zijn koffiezetapparaat en begint met zijn rug naar me toe koffie te zetten; de kraan gaat open, dingen worden opengeklapt, gevuld, dichtgestreken, knop gaat aan en boven het geluid uit brult hij iets.
‘Wat?’ vraag ik.
Als ‘ie weer tegenover me aan tafel zit neemt hij een slok en legt neerslachtig en angstig verdedigend uit dat hij bang is dat de verwijten die zij die tien jaar geleden aan hem maakte toen het uitging, terug zullen komen in het boek. Dingen die hem destijds volstrekt verbazingwekkend en nu ook nog steeds onduidelijk voorkwamen.
Ze was op reis in het buitenland, hij hoorde nooit iets van haar.
‘Later zei ze dat ík nooit iets van me had laten horen, dat ze mij als steun nodig had gehad.’ Dat was niet in hem opgekomen. ‘Ik wachtte eigenlijk altijd op een berichtje van háár.’

We keuvelen er wat over, ik probeer het voorzichtiger open te breken, zeg dat ik er nieuwsgierig naar ben en het morgen in de bieb op zal zoeken. ‘Dan ga ik het vast lezen’, zeg ik, ‘en dan kan ik je waarschuwen als je er echt heel naar in wordt neergezet.’
Hij kijkt op, met wijd open ogen, zegt dat hij dat fijn zou vinden. Ik druk hem ook op het hart dat mensen niet automatisch een oordeel over hem zullen hebben. Daar is hij minder zeker van.
‘Ik weet het niet’, zeg ik, ‘ik denk hier natuurlijk gewoon ook automatisch als schrijver over na, en ik ken veel schrijvers die ook over mensen om zich heen schrijven, en ik ben het ook wel gewend om zelf beschreven te worden.’
‘Ja?’ vraag hij. ‘Vind je dat soms niet vervelend, dan?’
Ik heb dat weleens vervelend gevonden. Maar er is iets dat dat overstemt en dat spreek ik uit als antwoord op zijn vraag: ‘Het zegt veel meer over de persoon die de beschrijver is. Je krijgt te zien hoe die persoon jou ziet’, zeg ik, ‘en dat kan vervelend zijn, irritant zijn, maar het is niet zo dat je wordt beschreven zoals je bént.’
Daar denkt hij zo lang over na dat ik er voor het eerst over nadenk dat dit misschien voor de gemiddelde lezer niet vanzelfsprekend is.
‘Maar misschien kom je er wel helemaal niet in voor’, zeg ik, na een hele tijd van alle kanten belichten wat er mogelijk zou zijn (hem wordt van alles verweten, hij wordt met naam en toenaam genoemd, hij wordt beschreven als een heel andere persoonlijkheid, hem worden woorden in zijn mond gelegd, hij wordt veranderd qua uiterlijk (verbeterd; slanker gemaakt, met een betere huid), ‘dat kan natuurlijk ook.’
‘Ja, zegt hij peinzend en dan lachend, ‘dat zou óók niet echt tof zijn, denk ik.’

Nu zit ik in de bieb, tussen een heleboel voor hun tentamens studerende mensen. Ik heb het boek gevonden, het ligt naast me. Vanmorgen, bij mijn eerste kopje koffie in de kantine, heb ik het doorgebladerd. Hij wordt in het dankwoord niet genoemd (you scan the credits for your name and wonder why it’s not there). Ik krijg, de inhoudspagina bekijkend, sterk de indruk dat hij er helemaal niet in voorkomt.

Nog een dingetje. Mijn ex wordt genoemd zoals hij heet. Ik gebruik zijn achternaam nergens, maar zijn echte voornaam wel. De vriend schrok daarvan. Ik vond het idioot zijn naam te veranderen, iedereen die hem kent zal hem herkennen, iedereen die mij kent weet het ook, met wie anders ging ik in die jaren op vakantie? Het is toch sowieso wel duidelijk? En mensen die hem niet kennen zullen hem niet herkennen. Toch? Ik wil het niet, het zou een stijlbreuk zijn met de rest, waarin iedereen gewoon heet zoals die heet. Ik heb daar mijn redenen voor. De vriend zegt nogmaals dat het niet zo handig is, misschien. Of eigenlijk – niet zo eerlijk.
Na een tijdje andere dingen bespreken (Duitse woorden verzinnen (hij is half-Duits), een filmpje zien van Hans Teeuwen die een vervelende schrijver nadoet en dat ik nog niet kende, boektitels van Gummbah benoemen, praten over de Nacht van de Filosofie in Groningen en of hij meewil, kijken naar de foto’s van negentiende-eeuwse mensen die in klasse verschillen die hij aan het zoeken is voor zijn powerpoint), zegt hij rustig: ‘Maar je hoeft niet naar mij te luisteren hoor.’
‘Nee’, zeg ik, ‘dat doe ik ook niet.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s