Winter in het zwembad

Te laat, na een hele tijd niet zwemmen, realiseer je je natuurlijk pas dat je toch iets had opgebouwd. Je merkt vele dingen pas in tegenstelling ermee, dit is er een van; pas toen ik schoolslag zwom achter de jongen die technisch zoveel beter was dan de rest, die met zijn borstcrawl-beenslagen het voor elkaar kreeg duizenden kleine belletjes onder mijn buik door te laten zweven, had ik door dat ik dat nu ook vooral prettig vond omdat ik weinig weerstand van hem kreeg, omdat ik het zwaar vond nu achter de anderen, de standaard, te zwemmen. Die mensen, vaak mannen, die zich in de de baan waar het gele waarschuwingsbordje staat ‘alleen voor snelle zwemmers’ hebben laten zakken en nu mij in willen halen, en als ze dat gedaan hebben met hun lompe ledematen het hele zwembad omploegen, een privegolfslagbad veroorzaken voor wie achter hen zwemt. Zwemmen is niet voor niets de enige Olympische sport waarin vrouwen oorspronkelijk want van nature sterker, sneller zijn; zachtheid is beter, minder weerstand is sneller; vet is goed. Maar deze deed dat nu niet, er waren belletjes onder mijn buik. Ik voelde mijn spieren zweven. Hij was niet aan het vechten en zo zweefden we samen de baan door, kon ik eindelijk even ontspannen, meegaan in zijn stroom.

Het is koud nu, je merkt het als je de eerste twee banen zwemt. Je billen, de bovenkant van je biceps en je schouders en de onderkant van je voeten blijven eerst koud in het water. Voelen daarna ineens gloeiend heet. En het water is warm, dat water van het grote bad dat normaal heel koud is. Waarvoor je normaliter eerst je polsen en je hart nat maakt, om je lichaam – nee, je bloed, eigenlijk – er aan te laten wennen dat je je in dit koude spul zal onderdompelen. Nooit er zomaar in springen, heb je als kind geleerd. Later, bij het wedstrijdzwemmen deed je dat mechaniek van hand in het water, hart aanraken, polsen aanraken, vanzelf. Het ritueel voor de start. Nu is dat water al warm als je dat doet, als je je polsen er in onderdompelt vormt het een tegenstelling met buiten, de kou waar je vandaan komt en die je nu aan je lichaam merkt, daar in blijkt te zitten.

Maar hoe ongetraind ik ook was, pas na zestig banen had ik voor het eerst een gezicht dat gloeide van inspanning, warmer was geworden dan het water voelde. Omdat het winter is. En toen zwom ik achter de belletjesman. Mijn bloed ging daarvan rustiger stromen en na het zwemmen bleef het nog lang warm.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s